Sta je in de winkel en twijfel je tussen die gave DJI Mini of die snelle FPV racer? Of ben je net begonnen met vliegen en hoor je van alles over regels, vergunningen en categorieën?
Geen zorgen, je bent niet de enige. Sinds 2021 gelden er nieuwe, Europese droneregels. Het klinkt ingewikkeld, maar het is eigenlijk best logisch.
Het draait allemaal om risico: hoe gevaarlijker je vlucht, hoe strenger de regels.
De regels zijn opgedeeld in drie hoofdcategorieën, maar in dit artikel duiken we in de Open Categorie. Dit is de categorie voor de meeste recreatieve piloten. Binnen deze Open Categorie zijn weer drie subcategorieën: A1, A2 en A3. Laten we even lekker simpel uitleggen wat dit betekent, welk EU Dronebewijs je nodig hebt en vooral: waar die snelle FPV racer nou eigenlijk onder valt.
Waarom deze indeling? Het draait om risico
Voordat we de letters A1, A2 en A3 induiken, even het waarom.
De Europese luchtvaartautoriteit (EASA) wilde een einde maken aan de chaos van verschillende regels per land. Het resultaat is een systeem dat draait om twee dingen: het gewicht van je drone en hoe dicht je bij mensen komt.
Stel je voor: een zware drone die boven een menigte vliegt, dat is een hoog risico. Een lichte drone die in een leeg veld vliegt, dat is een laag risico. De categorieën A1, A2 en A3 zijn een soort risico-schalen. Je drone valt in een bepaalde klasse op basis van wat hij kan en hoe hij is gebouwd. Dit bepaalt waar je mag opstijgen, hoe dicht je bij mensen mag komen en welk papiertje je nodig hebt.
De drie subcategorieën op een rij
De Open Categorie is er voor drones die een laag risico vormen. Ze mogen niet zwaarder zijn dan 25 kilogram (inclusief payload) en ze moeten voldoen aan bepaalde technische eisen.
Categorie A1: De lichte en veilige drones
De indeling in A1, A2 en A3 ziet er als volgt uit:
Dit is de categorie voor de lichtste drones. Denk aan de populaire DJI Mini-series (zoals de Mini 3 Pro of Mini 4 Pro). Deze drones wegen minder dan 250 gram en hebben een camera.
Ze zijn zo licht dat ze bij een botsing met een persoon weinig schade aanrichten. Wat mag je in A1?
Je mag vliegen boven mensen, maar wel met een belangrijke voorwaarde: je moet proberen om niet direct boven mensen te vliegen.
Categorie A2: De stap omhoog
Het idee is dat je zo veilig mogelijk vliegt. Je mag ook boven verkeer en bebouwing vliegen, zolang je maar binnen het zicht blijft. Welk bewijs heb je nodig?
Voor A1 hoef je geen theorie-examen te doen als je drone minder dan 250 gram weegt. Je moet je wel registreren als exploitant (dit kost eenmalig ongeveer 10 euro via het RDW).
Als je drone zwaarder is dan 250 gram, maar wel in de A1-klasse valt, moet je wel het A1-theorie-examen halen.
De A2-categorie is voor drones die iets zwaarder zijn (tussen de 250 gram en 4 kilogram), maar wel nog steeds relatief veilig zijn. Ze zijn vaak uitgerust met extra veiligheidsfuncties, zoals sensoren die botsingen voorkomen. Wat mag je in A2?
Hier wordt het serieuzer.
Je mag vliegen in de buurt van mensen, maar je moet een afstand van minimaal 50 meter (!) bewaren. Je mag wel dichter bij mensen komen als je langzaam vliegt en de drone volledig onder controle hebt.
Categorie A3: De grote jongens
Je mag vliegen boven verkeer en bebouwing, maar altijd binnen het zicht. Welk bewijs heb je nodig?
Voor A2 heb je het A2-theorie-examen nodig. Dit examen is iets uitgebreider dan het A1-examen en gaat dieper in op de regels en de veiligheid.
Na het behalen van dit examen mag je vliegen in de A2-categorie, maar je moet wel een praktijkvaardigheidscursus volgen (online of op locatie) om je vaardigheden te bewijzen. Dit is de categorie voor de zwaardere drones, tot 25 kilogram, die vaak worden gebruikt voor professionele toepassingen zoals inspecties of landbouw.
Ook sommige FPV racers kunnen hieronder vallen, maar daar komen we zo op terug.
Wat mag je in A3?
De regels zijn hier het strengst. Je mag niet vliegen in de buurt van mensen of bebouwing. Je moet een veilige afstand houden van minimaal 150 meter vanaf woon-, werk- en recreatiegebieden.
Je mag wel vliegen in open gebieden, zoals weilanden of bossen, waar geen mensen zijn. Je moet altijd binnen het zicht blijven (VLOS).
Welk bewijs heb je nodig?
Net als bij A2, heb je het A2-theorie-examen nodig. Ook hier is een praktijkvaardigheidscursus verplicht. Het examen is hetzelfde, maar de praktijk is anders: je leert vooral hoe je veilig vliegt op afgelegen locaties.
Waar valt een FPV racer onder?
FPV (First Person View) racen is een populaire sport waarbij je via een bril of scherm in realtime meekijkt met de drone. Het is snel, spectaculair en vaak intensief. Maar waar valt zo’n snelle racer onder: A1, A2 of A3?
Het antwoord hangt af van twee dingen: het gewicht en de constructie van de drone.
Veel FPV racers zijn lichter dan 250 gram, waardoor ze in categorie A1 vallen. Dit is ideaal, want je hoeft geen examen te doen (alleen registreren) en je mag vliegen boven mensen (mits je voorzichtig bent).
Maar er zijn ook FPV racers die zwaarder zijn dan 250 gram, of die niet voldoen aan de technische eisen voor de Open Categorie (bijvoorbeeld omdat ze te snel zijn of geen veiligheidsvoorzieningen hebben). In dat geval vallen ze in categorie A2 of A3, afhankelijk van hun gewicht en het risico dat ze vormen. Let op: sommige FPV racers worden als “modelvliegtuig” gezien, vooral als ze in clubverband worden gebruikt. In dat geval gelden er andere regels, maar voor de meeste recreatieve piloten is het belangrijk om te weten welke FPV racing drones onder de open categorie vallen.
Hoe weet je in welke categorie jouw drone valt?
De makkelijkste manier is om de handleiding van je drone te checken of de website van de fabrikant.
- C1-label: Voor drones tot 250 gram (A1).
- C2-label: Voor drones tot 4 kilogram (A2).
- C3- en C4-labels: Voor zwaardere drones (A3).
Veel merken, zoals DJI, geven aan in welke klasse hun drones vallen. Je kunt ook kijken naar het EU Dronebewijs: drones die in de Open Categorie vallen, hebben een C1-, C2-, C3- of C4-label. Heb je een oudere drone zonder label? Dan valt deze vaak nog onder de overgangsregeling, maar vanaf 2026 moet je drone een label hebben om in de Open Categorie te vliegen.
Praktische tips voor veilig vliegen
Ongeacht de categorie, veiligheid staat altijd op één. Hier zijn een paar tips om je vluchten soepel te laten verlopen:
- Check het weer: Vlieg niet in harde wind of regen.
- Ken je drone: Oefen eerst op een open veld voordat je naar een drukke locatie gaat.
- Houd afstand: Blijf altijd op de voorgeschreven afstand van mensen en gebouwen.
- Gebruik de app: Apps zoals DroneMap of de officiële luchtvaartapp helpen je om te zien waar je wel en niet mag vliegen.
Conclusie: Kies de juiste categorie voor je vlucht
De A1, A2 en A3 categorieën zijn er om het vliegen met drones veiliger te maken.
Voor de meeste recreatieve piloten is A1 of A2 voldoende, afhankelijk van de drone. FPV racers vallen vaak in A1, maar controleer altijd het gewicht en de label van je drone. Door de regels te volgen en je bewijs te halen, kun je met een gerust hart genieten van je vluchten.
Dus pak je drone, check de categorie en vlieg veilig! Ben je klaar om je EU Dronebewijs te halen? Begin dan met de online kennistest en ontdek welke categorie bij jouw drone past.